De koeien lopen over en nergens en leiden een prinsheerlijk leven - want ze zijn heilig. De brutale aapies die de daken onveilig maken ook enigszins - refererend naar de apengod Hunaman. Dan is er Ganesha - half olifant, half mens. Krishna, Shiva, Rama, en nog heel veel meer heilige goden. De bedelende "ladyboys" in de trein blijken ook heilig - en nog gevaarlijk ook want geen geld betekend rok omhoog of een vloek over je familie. Op elke straathoek vind je een tempel ter ere van een van de goden. Kortom; India is in de ban van Hindoeisme en een en al heiligheid. En het centrum van dit alles bevindt zich in het mooie stadje Varanasi. Het ligt namelijk aan de heilige rivier de Ganges. En in dit bijzondere oord bracht ik het grootste deel van mijn Indiaanse trip door en dat was een hele eer.
Het is het mekka voor de Hindoes. Hier trekken pelgrims naar toe en brengt men de overledenen. En dat laatste is een verhaal apart. De mannelijke familieleden en vrienden dragen hun overledene gewikkeld in glinsterende gekleurde doeken door de smalle straatjes van Varanasi naar de rivier. Terwijl ik zipte van kopjes Indiaanse chai en liters lassies heb ik heel wat van de bizarre optochten voorbij zien komen.
Eenmaal bij de rivier leggen ze het lichaam in het water voor 3 minuten. Vervolgens wordt het op een brandstapel van heel speciaal hout getild. Om vervolgens het vuur aan te steken met de vlam die al duizenden jaren (!) onafgebroken brandt. Vanwege het "heiligheidsgehalte" van deze stad verkrijgt de overledene moksha – verlossing – en hoeft niet op aarde terug te keren. Deze openbare crematies gebeuren aan de lopende band - dag en nacht. Reuze bizar maar ook reuze bijzonder. Dit gaat mijn persoonlijke geschiedenisboeken in..
Geen opmerkingen:
Een reactie posten